| een levend Licht, een overwicht van heerlijkheid, voor mij bereid. | Mijn ziel viel stuk: intens geluk! Hij woont in mij en maakt mij vrij. |
Ik was in nood, in enkel dood. Maar Hij verwierf, doordat Hij stierf, | Een boom vol knop tot in de top: Zijn Geest droeg mij, Zijn Geest joeg mij. |
het licht voor mij en zij aan zij ga ik met Hem en volg Zijn stem. | En in Zijn vlucht vroeg ik om vrucht, in liefdelust, tot Hem gekust. |
Als deze boom draag ik mijn droom van eeuwig Licht: Gods aangezicht, | Hij maakte mij uitzinnig blij. Mijn ik vervaagt, nu Hij mij draagt. | Aan Hem, mijn Heer, zij alle eer, de roem, de kracht, de bloem, de pracht. |