| Ik droomde eens en zie ik liep, aan het stand bij lage tij. Ik was daar niet alleen, want ook de Here liep aan mijn zij. | | We liepen saam het leven door, en lieten in het zand een spoor van stappen, twee aan twee, de Here liep aan mijn hand. | 
| Ik stopte en keek achter mij En zag mijn levensloop, In tijden van geluk en vreugd, Van diepe smart en hoop. | Maar als ik goed het spoor bekeek, Zag ik langs heel de baan, Daar waar het juist het moeilijkst was, Maar één paar stappen staan. | Ik zei toen: 'Here waarom dan toch? Juist toen ik U nodig had, Juist toen ik zelf geen uitkomst zag Op het zwaarste deel van het pad.' | De Here keek me toen vol liefde aan En antwoordde op mijn vragen: 'Mijn lieve kind, toen 't moeilijkst was Toen heb Ik jou gedragen.' |
|