Voor de wereld was, was Hij Gods geliefde zoon, ontoegankelijk en onbegrensd. Schepper van al wat leeft hemel en aarde zee en wat daarin verborgen is. Hij die dagen en uren uitzendt en hen eindeloos weer doet keren, Dien engelen in 's hemels zalen in zoete harmonie bezingen, Die neemt hier het breekbare lichaam aan zonder zonde zoals in mensenkindren woont. Het kind van een reine maagd is Hij, zo wordt nu Adams oude schuld Eva's begeerte ten goede gekeerd. Hoe liefelijk is de dag van vandaag en werpt zijn licht ver voor zich uit van eeuw tot eeuw, want de zon der waarheid is nu in de oude duisternissen van de wereld stralend opgekomen. Zelfs de nacht is helder, staat daar de ster niet, die de wijzen op doet zien, bevend van eerbied? Worden niet de herders door licht omgeven, als het leger Gods verschijnt, blinkende neerdaalt? Christus, Gij des Vaders zoon, die onze gedaante hebt aanvaard, wil ons zeer genadig zijn, hoor hoe wij smeken. Gij die u met mensen mens te wezen verwaardigd hebt, Jezus, verwaardig U heden en hoor hun bidden, opdat zij uw godlijkheid geprezen, God, mogen delen, maak hun dat waardig, o enige Godszoon.
Notker Balbulus | |