O hemels licht, dat God ons geeft, licht dat in licht zijn oorsprong heeft. o Zoon, o zuivere fontein, ons daglicht, onze zonneschijn. Ja onze zon die stralend staat, die dag en nacht niet ondergaat, geef dat uw geest te allen tijd in licht en waarheid ons geleidt. Wij roepen ook de Vader aan, de Vader die ons bij kan staan, die in het licht zijn woning heeft, dat Hij ons onze schuld vergeeft. Dat Hij voor ons zijn vaandel steekt, de tanden van den boze breekt, dat Hij ons leidt in tegenspoed, de rechten weg ons vinden doet. Dat Hij ons leidt en zie wij zijn daar Hij ons vasthoudt waarlijk rein en door een groot geloof vervuld bevrijd van duisternis en schuld. Als Christus onze spijze is is het geloof tot lafenis. Wij zullen van de zoete wijn des Heil'gen Geestes dronken zijn. O zonlicht voor ons opgegaan een lichte dag is ons bestaan vol warm vertrouwen op uw macht en zonder avond, zonder nacht. De dageraad verrijst zo schoon. O onze Zon, des Vaders Zoon, de Vader is in U en Gij zit aan des Vaders rechterzij. Lof zij den Vader in zijn troon en lof zijn eengeboren Zoon. Den Geest, den Trooster in de tijd zij lof in alle eeuwigheid. Ambrosius | |