Vaste Rots van mijn behoud, Als de zonde mij benauwt, Laat mij steunen op Uw trouw Laat mij rusten in uw schaûw Waar het bloed door U gestort, Mij de bron des levens wordt.
Jezus, niet mijn eigen kracht, Niet het werk door mij volbracht, Niet het offer, dat ik breng, Niet de tranen die ik pleng, Schoon ik ganse nachten ween, Kunnen redden, Gij alleen.
Zie, ik breng voor mijn behoud, U geen wierook, myrrhe of goud, Ledig kom ik arm en naakt, Tot de God die zalig maakt, Die de zielen kleedt en voedt, Die ze troost en leven doet.
Eenmaal als de stonde slaat, Dat mijn lichaam sterven gaat, Als mijn ziel uit de aardse woon, Opstijgt tot des Rechters troon, Rots der eeuwen, in Uw schoot, Berg mijn ziele voor de dood.
Tekst: Jacqueline E. van der Waals (1868-1922) Oorspronkelijk: Rock of ages; Augustus M. Toplady, 1776