Follow-Me
Button-line
Het begrip “naaste” omvat alle mensen, ongeacht hun afkomst, ras of overtuiging.

Samaria gekoloniseerd door de Assyriërs

Samaria was een landstreek in Centraal Israel. In het jaar 721 voor Chr. werd Samaria veroverd door de Assyriërs die de meeste inwoners deporteerden en vervingen door buitenlandse kolonisten.

De koning van Assyrië stuurde kolonisten uit Babel, Kutha, Avva, Hamath en Sefarvaïm naar Israël en zij vestigden zich in de steden van Samaria in plaats van de Israëlieten. Zo namen de Assyriërs Samaria en de andere steden in Israël over.

Leeuwenplaag

Maar omdat deze Assyrische landverhuizers na hun vestiging God niet met ontzag dienden, stuurde Hij leeuwen op hen af om enkelen te doden. Onmiddellijk zonden zij de koning van Assyrië de boodschap: "Wij, kolonisten hier in Israël, kennen de wetten van de God van dit land niet. Hij heeft leeuwen op ons afgestuurd, omdat wij Hem niet aanbidden."

De koning van Assyrië beval dat één van de verbannen priesters naar Israël moest teruggaan om hen de wetten van de God van het land te leren. Zo keerde één van hen terug naar Bethel en leerde de kolonisten uit Babel hoe zij God met ontzag moesten dienen.

Nepgoden

Deze buitenlanders bleven echter ook hun eigen nepgoden trouw. Zij gaven hun een plaats in de tempels op de heuvels, die bij hun steden lagen. Dit waren dezelfde tempels die de Israëlieten in Samaria hadden gebouwd.

Zij die uit Babel kwamen, aanbaden beelden van hun god Sukkoth Benoth; degenen uit Kutha aanbaden hun god Nergal en de mensen uit Hamath vereerden Asima. De mensen uit Avva aanbaden de goden Nibhaz en Tartak en zij die uit Sefarvaïm kwamen, verbrandden zelfs hun eigen kinderen op de altaren van hun goden Adrammelech en Anammelech.

Vermenging

Zij vereerden eveneens God en uit hun eigen midden benoemden zij priesters, die in de tempels op de heuveltoppen offers aan God moesten brengen. Maar tegelijkertijd hielden zij vast aan de godsdienstige gewoonten van de volken waaruit zij voortkwamen. De kolonisten vermengden zich door huwelijken met de achtergebleven Joden. Voortaan werden de Samaritanen door de Joden beschouwd als ketters (afvalligen) en van een ondergeschikt ras van buitenlandse afkomst.

De tempel

Na de terugkeer van de gedeporteerde Joden boden de Samaritanen hen aan om te helpen bij de wederopbouw van de Joodse tempel maar hun aanbod werd afgewezen omdat de tempel van de God van Israël, alleen door Israëlieten mocht worden gebouwd. Zo had koning Kores van Perzië het bepaald. Uiteindelijk bouwden de Samaritanen een rivaliserende tempel op de berg Gerizim. Zij riepen deze tempel in plaats van de Joodse tempel uit tot het ware huis van God.

De barmhartige Samaritaan

Tegen de dagen van Jezus hadden de Joden en de Samaritanen al een eeuwenlange geschiedenis van onderlinge haat gehad. Gezien tegen deze achtergrond is het gemakkelijk te begrijpen dat als een Samaritaanse man de naaste kon zijn van de beroofde en halfdood geslagen Joodse man, het begrip "naaste" alle mensen, ongeacht hun afkomst, ras of overtuiging, moest omvatten.


Home  Evangelie  De Bijbel  Uit de Bijbel  Artikelen  Leefstijl  Illustraties  Verhalen  Contact
Het Evangelie van Jezus Christus